Categorie: Verzorging

  • Meeldauw: Echte vs. Valse

    Meeldauw: Echte vs. Valse

    Meeldauw is een veelvoorkomende schimmel tijdens het kweken. Niet alleen cannabis kwekers, maar ook reguliere moestuinierders kunnen te maken krijgen met meeldauw. Op haast alle planten, granen, struiken en bomen kan meeldauw voorkomen. Het is een oppervlakkige aantasting door schimmel, waardoor op verschillende delen van de plant een wit/grijze schimmelvorming zichtbaar wordt. Er wordt vaak gesproken over echte meeldauw en valse meeldauw, we leggen je graag de verschillen uit, hoe herken je snel met welke meeldauw je te maken hebt en natuurlijk hoe je het kunt voorkomen danwel genezen!

    Echte meeldauw herkennen

    Wietplanten die aangetast zijn door echte meeldauw laten poederachtige witte vlekken zien op het blad. Veelal begint de aantasting op de onderste bladeren en trekt deze langzaam door naar boven. Het witte poeder bestaat uit sporen en kan zich dus makkelijk vermenigvuldigen. Niet alleen op de bladeren, maar ook de stengels kunnen last krijgen van echte meeldauw.

    \"Echte

    Valse meeldauw herkennen

    Valse meeldauw lijkt op echte meeldauw, vandaar de naam! Maar je kunt al vrij snel zien met welke vorm van meeldauw je te maken hebt. Valse meeldauw zul je alleen tegenkomen op de onderkant van je bladeren, terwijl echte meeldauw ook op de bovenkant zit. Echte meeldauw kan daarentegen ook op de onderkant van je bladeren zitten, check dus altijd goed de boven- en onderkant van je bladeren. Zo kun je na een korte inspectie vaststellen met welke vorm van meeldauw je te maken hebt. Valse meeldauw begint ook als poederachtige vlekken, die zich snel kan uitbreiden. Vooral onder vochtige omstandigheden zal valse meeldauw haar slag slaan.

    \"Vlase

    Meeldauw bestrijden

    Schimmels zijn over het algemeen hardnekkig en dan ook niet geheel te elimineren, als ze eenmaal op je wietplanten zitten. Met meeldauw heb je echter gelukkig wel een paar opties. Allereerst wil je de geïnfecteerde bladeren zo snel mogelijk verwijderen en bij het restafval doen. Doe deze vooral niet in een GFT-bak, in je tuin of op een composthoop. De meeldauw kan zich namelijk ook via de grond verspreiden. Zo kunnen groeiende gewassen eenvoudig besmet raken.

    Nadat je de bladeren met meeldauw hebt verwijderd, wil je een optimaal klimaat voor je wietplanten. Een lage luchtvochtigheid, een temperatuur van 20-25 graden en lekkere ventilatie. Dit zorgt dat de eventueel nog aanwezige meeldauw geen kans krijgt om zich nog te verspreiden. Indien de aantasting al in een gevorderd stadium zit, zou je kunnen overwegen om bestrijdingsmiddelen te gebruiken tegen meeldauw. Deze zijn vaak op basis van zwavel, maar je dient er dan wel rekening mee te houden dat de kwaliteit veelal minder wordt als je met deze producten werkt.

    Biologische wijze

    Je kunt je meeldauw op biologische wijze bestrijden door 10 ml appelazijn toe te voegen aan 1 liter water. Vervolgens spuit je met deze mix je wietplant(en) goed in. Een mix van 40% water/60% melk kan ook werkzaam zijn. Magere melk werkt overigens het beste, omdat de vetten in melk een negatieve werking hebben op eventuele toppen. Met beide middelen kun je de strijd met meeldauw aan gaan. Wanneer je echt geheel biologisch wilt werken zijn dit prima methodes om uit te proberen en desgewenst enkele dagen later te herhalen. Ze hebben immers weinig invloed op eventuele toppen, pas echter wel op dat als er al topontwikkeling is, dat je je wietplanten niet te nat spuit. Als ze te lang vochtig blijven maakt dat weer een ideale voedingsbodem voor schimmels.

    Voorkomen is beter dan genezen

    Schimmels gedijen over het algemeen goed als de omstandigheden ideaal zijn voor ze om te ontwikkelen. Om meeldauw, evenals andere schimmels, te voorkomen kun je daarom het beste rekening houden met:

    Wanneer de temperatuur omlaag gaat, de luchtverplaatsing minder wordt of de luchtvochtigheid stijgt, worden de omstandigheden voor schimmels als meeldauw steeds beter. Een kleine investering geeft je inzicht in temperatuur en luchtvochtigheid (hygrometer/thermometer). Zolang deze factoren onder controle zijn en je één of meerdere ventilatoren in je kweekruimte hebt hangen, kun je er vrij gerust op zijn dat je niet snel te maken zult krijgen met echte of valse meeldauw.

    Niet meer te redden

    Zit je plant helemaal onder de schimmel en heb je al het een en ander geprobeerd, maar heb je het idee dat ze niet meer te redden is? Soms is het beter om een geïnfecteerde wietplant te vernietigen, hoe zielig het ook klinkt. Meeldauw is een schimmel die zich via de grond en lucht kan verspreiden. Helemaal als je meerdere wietplanten hebt staan en bij één meeldauw constateert, kan het verstandig zijn om je verlies te nemen en je te richten op de rest van je planten en eventueel een nieuwe plant. Zo voorkom je verdere verspreiding en een nog grotere teleurstelling.

  • Eb en vloed bewateren

    Wat is een eb en vloed systeem?

    Een eb en vloed systeem valt onder de hydrosystemen en is zeker niet nieuw. Al jaren worden er mooie resultaten neergezet in eb en vloed systemen. Een groot voordeel is het ultieme gemak van deze manier van kweken, omdat het bewateren van je wietplanten automatisch gaat én het je planten de gelegenheid biedt om explosief te groeien. Maar hoe werkt dit praktisch nu eigenlijk?

    Je moet het als volgt voor je zien, je wietplanten kweek je nog altijd in een pot. Dit kan op elk medium al verdienen luchtige kweekmediums, zoals kokos, steenwol of geheel hydro, de voorkeur. Je potten staan in een grote bak waar meerdere malen per dag voedingswater in wordt gepompt. Hoe vaak en de hoeveelheid water die er in de bak wordt gepompt zal grotendeels afhangen van het stadium waarin je planten zich bevinden en het medium waar je op kweekt.

    Welke potten gebruiken?

    Je kunt traditionele plantenpotten gebruiken, maar let dan wel op dat er gaten in de onderkant zitten. Hoe meer, des te beter! Tegenwoordig bestaan er ook zogeheten air-pots en smart-pots. Een air-pot is voorzien van vele kleine gaatjes en dit zorgt over het algemeen voor sterkere wortelgroei. In combinatie met een eb en vloed systeem is dit helemaal geweldig, omdat de wortels dan maximaal onder water komen te staan en alle wortels die het nodig hebben maximaal water en voeding kunnen opnemen.

    De smart-pot is een pot die ‘ademt’ en dus ook zeer eenvoudig water en voeding op kan nemen uit het eb en vloed systeem. Het heeft logischerwijs geen zin om potten te gebruiken die aan de onderkant dicht zijn, aangezien deze geen water kunnen opnemen uit het systeem. De meeste eb en vloed systemen zijn bovendien voorzien van een eenvoudige schakelaar, zodat je zelf kunt bepalen hoe vaak en hoe veel water er in het systeem wordt gepompt.

    \"Eb

    Grote voordelen van eb en vloed bewateren

    Naast het gemak kleven er nog enkele grote voordelen aan het kweken in een eb en vloed systeem. De grootste voordelen sommen we voor je op en de belangrijkste voordelen lichten we nog eens voor je uit!

    • Genoeg opneembare zuurstof bij de wortels
    • Je weet precies hoeveel voeding ze verbruiken
    • Bewateren verloopt geheel automatisch
    • Groei verloopt sneller en opbrengsten zijn hoger

    De werking van het systeem is het grootste voordeel. Door het eb en vloed principe wordt de zuurstof uit het medium gedrukt en wanneer het water weer wegloopt uit je bak, worden je planten weer blootgesteld aan een flinke portie verse lucht rijk aan zuurstof!

    Uiterst flexibel

    Een ander groot voordeel van een eb en vloed systeem is dat het uiterst flexibel is. Je kunt immers exact zelf instellen hoe of wat en in de gaten houden hoe je planten hierop reageren. Naar mate je wietplanten groeien en gaan bloeien verhoog je het aantal keren per dag dat ze onder water staan of verhoog je het altijd minuten per keer.

    Heb je een medium dat goed is in het vasthouden van water? Dan dien je ze minder lang onder water te laten staan, terwijl je hydrokorrels juist wat vaker onder water kunt zetten. De flexibiliteit van het systeem is ideaal, het kost je immers weinig extra moeite om de schakelaar iets hoger in te stellen.

    Precies genoeg voeding

    Omdat het een gesloten systeem betreft, het water dat je in het reservoir stopt wordt immers gebruikt om de boel onder water te zetten en het water loopt weer terug het reservoir in. Hierdoor kun je heel betrouwbaar dagelijks de EC-waarde meten en hoe dit zich verhoudt tot de hoeveelheid water dat wordt opgenomen door je medium.

    Door dit dagelijks goed in de gaten houden weet je precies welke EC-waarde optimaal is voor jouw planten in elke kweekperiode, voor elke wietsoort.

    De juiste dosering water

    Het hangt van meerdere zaken af, zoals gezegd, bijvoorbeeld het kweekmedium en de fase waarin de planten verkeren. Jonge planten die je op hydrokorrels kweekt of een luchtig medium als steenwol, kun je twee keer per dag zo’n tien tot vijftien minuten onder water zetten. Kokos houdt meer water vast en heeft in het begin genoeg aan één spoeling per dag van 10 à 15 minuten.

    Naar mate de groei vordert zul je ook het aantal spoelingen, het aantal keren dat je bak onder water loopt, verhogen. Op steenwol verhoog je gaandeweg de kweek naar maximaal zes spoelbeurten en wellicht ’s nachts één om te voorkomen dat je medium geheel uitdroogt. Op hydrokorrels en kokos volstaat een spoelbeurt of vier per dag maximaal en je hoeft dan niet per se ’s nachts te spoelen.

  • Deep water cultuur wietplanten

    DWC.

    Deep water cultuur, afgekort als DWC, is een kweekmethode geschikt voor alle kwekers, van beginnend tot ervaren. Deze manier is 100% hydrologisch, aangezien je geen gebruik maakt van een kweekmedium als aarde, kokos of steenwol. Wietplanten in een DWC staan met hun wortels rechtstreeks in het voedingswater. Er worden enkel wat hydrokorrels gebruikt om stevigheid aan de planten te bieden.

    Om het geheel van extra zuurstof te voorzien wordt doorgaans gebruik gemaakt van een aquariumpomp onderin het vat.

    \"Deep

    Verschillen

    Grote verschillen met een reguliere kweek zijn dat kweken met een DWC zorgt voor een explosieve groeifase. De wortels hoeven zich geen weg te banen door de aarde en ze hoeven ook niet op zoek naar water, want dat is ruim aanwezig. Het is een systeem dat heel weinig aandacht vraagt en wellicht één van de meest onderhoudsvriendelijke systemen. Heel veel meer dan hydrokorrels, water en een aqariumpompje heb je immers niet nodig.

    Zuurstof bij deep water cultuur

    Lucht is essentieel wanneer je op deze manier kweekt, aangezien je planten anders zullen stikken in de water/voedingsoplossing. Zorg er dan ook altijd voor dat je pompje 24/7 aanstaat en zorg het liefst voor een reservepompje, mocht de andere ermee ophouden. Zonder continu zuurstof in het water te pompen zullen je wietplanten het anders snel begeven.

    Voeding

    Voeding zit in het water en zal dus continu naar behoefte worden opgenomen door je wietplanten. Belangrijk is wel dat het minerale voeding is, aangezien je wietplanten deze direct kunnen opnemen uit het voedingswater. Je gebruikt immers geen aarde of kokos, waar je nog een redelijke buffer in hebt zitten.

    Doordat het water steeds in beweging blijft is het aan te raden om, nadat je de voeding in het water hebt gedaan, een uur te wachten voor je de pH/EC-waardes meet van je voedingswater. Dit zorgt voor stabielere waardes, net als elke andere kweekmethode richt je je pH tussen de 5,5 en 6,5. In de groeifase kun je het best rond de 6,3 mikken en richting de bloeifase afbouwen richting 5,8.

    Zoals bij elke hydro-kweek is ook aan te raden om gedurende een DWC kweek je EC-waarde nauwlettend in de gaten te houden. Een lagere waarde betekent minder voeding in het water, dit zorgt voor een hogere opname van water en een snellere groei. Vergeleken met een gemiddeld kweekschema zul je dan een halve dosering voeding aanhouden ongeveer.

    Temperatuur

    Om alle voedingsstoffen en het water zo goed mogelijk op te kunnen nemen, dient de temperatuur natuurlijk ook in orde te zijn. Wanneer de temperatuur in je kweekruimte tussen de 23 en 28 graden is hoef je je geen zorgen te maken. Mocht de temperatuur net onder de 20 graden zijn, dan is het aan te raden om een verwarmingselement in je reservoir te hangen. Je water zou niet onder de 20 graden mogen komen om opname zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

  • Wietplanten bewateren met een druppelaar

    Wietplanten Bewateren: Druppelsysteem

    In ons vorige artikel beschreven we al even de Aeroponic systemen. Werken met een druppelaar is één van de meest veelzijdige hydrosystemen. Ze zijn zo veelzijdig omdat zo goed als ieder kweekmedium geschikt is voor een druppelsysteem. Of je nu met of zonder pot kweekt, en juist dat maakt het zo uniek!

    Of je het nu aan een beginnende hydro-kweker met een druppelsysteem vraagt, of aan een ervaren kweker met een druppelsysteem, over het algemeen zijn kwekers zeer tevreden met druppelsystemen. Zelfs bij een ‘reguliere’ kweek in aarde zijn druppelsystemen geliefd en dat heeft dan weinig meer met hydro te maken, maar simpelweg omdat het voor automatische bewatering zorgt. Wietplanten presteren bovendien beter als ze druppels water krijgen, en niet een gieter in één keer.

    Hoe dan ook, druppelsystemen werken altijd het beste samen met inerte kweekmediums, zoals steenwol, kokos of kleikorrels.

    Grote voordelen druppelsystemen

    Een druppelsysteem stelt op zich niet heel veel voor. Het is niet veel meer dan een pomp die water door dunne slangetjes heen pompt. Het water druppelt vervolgens uit de druppelaars, in feite zijn dit kleine gaatjes in de slangetjes waaruit het water op het medìum druppelt.

    Een druppelaar voor wietplanten kent echter grote voordelen ten opzichte van het reguliere kweken en water geven met een gieter. Denk aan:

    • Snellere groei en betere bloei: wietplanten groeien sneller wanneer ze kleine slokjes water krijgen. Hierdoor groeien je wietplanten niet alleen sneller, maar zullen ze ook krachtiger bloeien.
    • Exact de goede hoeveelheid water: Eenmaal juist ingesteld hoef je je niet druk meer te maken over te veel of te weinig water, je planten zullen precies genoeg water krijgen.
    • Bewatering van bovenaf, zo blijft er zo veel mogelijk zuurstof in je kweekmedium aanwezig.
    • Eenvoudig kweken, je hoeft immers je planten geen water meer te geven als je druppelsysteem juist is afgesteld. Helemaal wanneer je wellicht meer dan vijf wietplanten hebt, is dat ideaal.

    Daarnaast is fijn dat druppelsystemen er in alle vormen en maten zijn. Veelal zijn dit eenvoudige systemen waar kleine slangetjes te koppelen zijn aan een hoofdslang. Deze kleine slangetjes lopen naar de verschillende potten en voorzien je planten van water. Zo kan een druppelsysteem vaak eenvoudig worden uitgebreid, zonder dat je weer honderden euro’s in een nieuw systeem moet investeren. Een (water)pomp pompt vervolgens het water trouwens door de slangetjes heen en de cyclus is compleet.

    Water recirculeren of niet?

    In de basis is het principe van een druppelsysteem dus vrij eenvoudig te begrijpen en het stelt niet veel voor. Een tweede punt waar je over na kunt denken is of je voor een recirculerend systeem gaat of een zogeheten drain to waste systeem. Drain to waste systemen zijn de systemen die eenvoudig uit te breiden zijn en deze worden vaak toegepast in grotere kwekerijen. Met name omdat ze garanderen dat de aanvoer van voedingswater van constante kwaliteit blijft. Binnen een recirculerend systeem komt het water terug in je water/voedingsvat. Voordeel voor de kleine kweker aan een recirculerend systeem is dat je altijd kunt meten hoeveel voeding je wietplanten verbruiken door het EC-gehalte van je water/voedingsvat in de gaten te houden. Dit geldt enkel wanneer ook daadwerkelijk enkel hetzelfde water via de druppelaars aan de onderkant van de potten in het recirculerende systeem terecht komt. Omdat je dan dus enkel werkt met hetzelfde water en de concentratie voeding lager ligt, want een deel zal worden opgenomen door je planten.

    Verschillende kweekmediums

    Voor je spontaan een druppelaar aanschaft is het goed om te realiseren hoe je kweekt en vooral met welk medium je momenteel kweekt en of je dat wilt blijven doen. Op ieder medium, zelfs gewoon op aarde, kun je kweken met een druppelsysteem. Ieder medium kent een andere waterbehoefte en dat is waar je goed op moet letten als je gaat werken met een druppelsysteem. Zo heeft steenwol meer water nodig dan kokos, maar hydrokorrels kunnen de hele dag door wel bedruppelt worden.

    Let op dat je voeding en middelen geschikt zijn voor je druppelsysteem. Gebruik bijvoorbeeld geen zure huishoudmiddelen om de pH te verlagen, zoals azijn of limoen/citroenzuur. Dit kan je slangen beschadigen en je systeem compleet om zeep helpen. Minerale plantvoeding is doorgaans geschikt voor druppelsystemen, maar vraag het voor de zekerheid altijd nog even na.

    Wat betreft het water geven zal het dus sterk afhangen van je medium. Vaak start je met een halve liter water per dag in je systeem en bouw je dit op gaandeweg de groei en bloei naar enkele liters per dag. Volg wat dat betreft vooral de handleiding van de leverancier van het druppelsysteem en natuurlijk je wietplanten zelf!

    \"Hydro

    Onderhoud druppelsysteem

    Een druppelsysteem kent iets meer onderhoud dan wanneer je met de gieter water zou geven. Zo dien je vaak het systeem eens per maand even door te spoelen, om het goed schoon te houden. Het voedingswater dien je uiterlijk elke 1-2 weken te verversen en om het helemaal goed te doen zou je alle slangetjes tussen de kweken door eens goed schoon kunnen maken.

    Het kost iets meer tijd en moeite qua onderhoud, maar daar staat dan weer een hoop gemak tegenover!

  • Wiet drogen

    Wiet drogen, wat zijn de beste manieren?

    Wanneer je kweek ten einde loopt komt het mooiste moment in zicht: het oogsten, drogen en consumeren van je zelfgekweekte wiet! Tijdens het droogproces kunnen ogenschijnlijk onbelangrijke punten alsnog zorgen voor een flinke vermindering van je opbrengst. Zowel als het op kwaliteit als op kwantiteit aankomt is het wiet drogen een zeer belangrijke stap, wellicht één van de belangrijkste tijdens het gehele kweekproces. Verkeerd drogen kan er namelijk voor zorgen dat je wiet nergens meer naar smaakt, aan potentie verliest en zelfs minder wiet oplevert dan wanneer je je wiet wel goed droogt.

    Veel kwekers oogsten te snel, drogen te snel en curen hun wiet niet tot nauwelijks. Ondanks dat dit een wonderlijke werking heeft op het eindresultaat.

    Benieuwd naar de juiste manier om je wiet te oogsten voor je deze gaat drogen? Lees hier meer over het oogsten van je wiet.

    Maar wat zijn dan succesvolle manieren om je wiet te drogen en waar moet je allemaal rekening mee houden om goed gedroogde wiet over te houden?

    \"Wiet

    Verschillende manieren om te drogen

    Er zijn een paar verschillende manieren om je wiet te drogen. Ieder heeft zo zijn eigen specifieke voorkeur, maar bij beide manieren blijven dezelfde aandachtspunten belangrijk. Om succesvol wiet te drogen is het allereerst belangrijk om de manier te kiezen waarop je je wiet gaat drogen. Dit kan afhankelijk zijn van de hoeveelheid ruimte die je hebt om te drogen of het aantal wietplanten dat je moet laten drogen.

    Duidelijk is dat hoe langzamer je wiet droogt, des te beter de uiteindelijke smaak. Voorkom dus teveel ventilatie, beperken tot een beetje frisse lucht op een dag is prima. 24/7 ventilatie is, zeker tijdens het drogen, overbodig en zal meer schade aanrichten dan dat je er iets aan hebt. Kweek je je wietplanten in een kweektent? Dan volstaat het om de afzuiger langzaam te laten draaien en je wiet in een donkere kweekruimte. Door blootstelling aan licht zullen cannabinoïden (werkzame stoffen) namelijk afbreken.

    Wiet kan in de eerste dagen van het droogproces een aardige geur verspreiden. In je kweektent met afzuiging en filter is dus wel een aanrader om te voorkomen dat de geur overal heengaat.

    Hangend drogen

    De meest traditionele en natuurlijke manier van wiet laten drogen is door je wietplanten na het oogsten ondersteboven op te hangen. Door de wietplanten hierbij zo intact mogelijk te laten geef je ze optimaal de gelegenheid om chlorofyl af te breken. Dit is nodig om een lekkere smaak tijdens het roken over te houden. Je kunt de wietplant onderaan de stam afknippen en in zijn geheel ophangen, of met wortels en al ophangen. Wanneer je je wietplant met wortels en al ophangt zal je wietplant in de eerste dagen van het drogen nog afrijpen.

    Na het afknippen onderaan de stam is het belangrijk om de grotere bladeren bij de toppen en fan-leaves te verwijderen. Hierna kun je de plant ondersteboven, aan bijvoorbeeld een waslijn of een spijkertje/schroefje en een stukje touw, ophangen. Door de wietplant in haar geheel te drogen zal ze geleidelijk drogen. Wel is het belangrijk om op te letten dat de toppen mooi gespreid hangen en elkaar niet raken. Dit om schimmelvorming en vochtophoping te voorkomen.

    Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om de toppen van de wietplant af te knippen en deze los op te hangen, aan een waslijn of draad bijvoorbeeld.

    Liggend drogen

    Wanneer je een wietplant of vijf hebt staan en je kweekruimte alweer gevuld is met nieuwe wietplanten, kan het lonen om liggend te drogen. Liggend drogen kan namelijk prima op nog geen vierkante meter. Er zijn verschillende droogrekken en netten verkrijgbaar, waar je je wiet liggend op kan laten drogen. Deze bestaan vaak uit meerdere verdiepingen waardoor je makkelijk vijf wietplanten in één droogrek of net droogt.

    Het makkelijkste is om je toppen van je wietplant af te knippen, enkele centimeters onder de top. Vervolgens knip je ook weer de grootste bladeren weg en leg je je wiettoppen los van elkaar neer op je droogrek. Hierdoor kan er overal lucht tussen de toppen door en kunnen ze gelijkmatig drogen. Belangrijk aan deze methode is om je toppen na een aantal dagen eens om te draaien, zodat ze perfect en geleidelijk drogen.

    Wanneer kun je je wiet roken?

    Hoe lang het drogen precies zal duren is bij iedereen anders aangezien dit sterk afhangt van de omstandigheden. Luchtvochtigheid, temperatuur en volume van de toppen Kleine, fluffy topjes kunnen vaak binnen een dag of vijf al redelijk droog zijn, terwijl een compacte, dikke top er eerder tien dagen over doet om goed te drogen.

    Een luchtvochtigheid van je toppen van 60-70% volstaat om te beginnen met curen. Na ongeveer zeven dagen drogen is het verstandig om te testen of je wiet al droog genoeg is. Waarschijnlijk voelt het aan de buitenkant al wat droog aan, maar na een test weet je het pas zeker! Er zijn twee dingen die je kunt doen om te bepalen of je wiet droog genoeg is om te curen:

    Knakken

    Door takken om te buigen weet je of ze droog genoeg zijn. Hoor je duidelijk een knak tijdens het buigen? Dan is je wiet droog genoeg. Hoor je geen knak of kost het moeite om na het doorbuigen de tak te breken? Laat je wiet dan nog even hangen of liggen.

    Roken

    Wanneer de knaktest geslaagd is, is de rooktest een mooie volgende stap. Door een pure joint van je nieuwe oogst te draaien kun je bepalen of je toppen binnenin ook droog genoeg zijn om te curen. Goed gedroogde wiet zal namelijk geleidelijk branden en nog te vochtige wiet zul je om de haverklap opnieuw moeten aansteken. Heb je dus een lekkere joint die je niet steeds hoeft aan te steken? Dan is je wiet goed gedroogd!

    Na het drogen

    Als je wiet droog genoeg is en lekker na heeft liggen rijpen is het tijd om te roken, toch? Ja, maar het loont zeker de moeite om je te verdiepen in het curen van wiet. Dit heeft een positieve invloed op de smaak en kwaliteit van de wiet. Door te curen zorg je voor een optimale vochtbalans en luchtvochtigheid van de toppen. Ook zorg je ervoor dat op een geleidelijk tempo overbodig vocht steeds meer verdampt uit de toppen, zonder dat je wiettoppen zullen uitdrogen.

    Hoe curen precies werkt, lees je hier.

    Vraag en Antwoord

    De hoofdzaken en veel gestelde vragen nog even in een Q&A op een rij:

    Wat kan ik doen als mijn wiet te droog is geworden?

    Als je wiet te droog is geworden dan kun je het opnieuw bevochtigen. Het makkelijkste is om dat in een luchtdichte bak of pot te doen. Door wat sinaasappelschillen of vochtige watten bij je toppen te doen (zonder dat deze elkaar aanraken), zullen deze geleidelijk wat vochtiger worden. In het geval van sinaasappelschillen zal je daarnaast een sinaasappel smaak terug proeven in je wiet.

    Ik heb een hygrometer, maar wat zeggen de verschillende luchtvochtigheidsgehaltes?

    Wanneer je wiet een luchtvochtigheid heeft van meer dan 70%, is je wiet nog niet droog genoeg en moet deze nog verder drogen. Een luchtvochtigheid tussen de 55 en 60% is ideaal voor het bewaren en roken van wiet.

    Wat is een goede temperatuur tijdens het drogen van wiet?

    De eerste dagen van het drogen is een temperatuur van 20 graden prima. Overtollig vocht zal op deze manier geleidelijk verdampen. Na de eerste twee tot drie dagen mag het een paar graden kouder zijn om je wiet gelijkmatig en rustig te laten drogen.

    Waarom moeten wietplanten ook alweer in het donker drogen?

    Door blootstelling aan licht tijdens het drogen breken werkzame stoffen in de wiet af. Een geheel donkere ruimte is dus essentieel om je wiet perfect te laten drogen.

    Wanneer is de wiet droog genoeg om te roken?

    Wanneer je takken een duidelijke knak laten horen en breken als je ze ombuigt. Buigen ze door, dan zijn ze nog niet droog genoeg. Beschik je over een hygrometer? Tussen de 60-70% kun je beginnen met het curen van wiet.

    Hoe hang ik wietplanten op om ze goed te laten drogen?

    Ondersteboven, bijvoorbeeld aan een waslijn of touw. Voor je ze ophangt knip je op z’n minst de grotere bladeren en fan-leaves weg. Denk eraan dat je genoeg ruimte tussen de toppen en wietplanten creëert, zodat alles geleidelijk droogt.

    Waar moet ik tijdens liggend drogen op letten?

    Zorg ervoor dat er voldoende ruimte tussen je toppen zit wanneer deze liggend drogen. Dit om te voorkomen dat er vocht ophoopt tussen deze toppen en sommige delen slecht tot niet drogen.

  • Wiet curen

    Wiet Curen & Rijpen: De Ultieme Gids voor Kwekers

    Nadat je toppen gedroogd zijn kun je ze direct roken, waarom zou je ze dan laten curen? Om de simpele reden dat, net als wijn bijvoorbeeld, wiet alleen maar lekkerder wordt en de potentie zelfs toeneemt naar mate ze cured, een vrij vertaling hiervan is dus het rijpen van de toppen. Lees hier meer over het drogen van wiet.

    Hoe werkt curen?

    Voor het beste resultaat begin je met curen als je wiet bijna droog genoeg is. Knakken de dunne takjes al wel, maar de dikkere takken nog niet? Een perfect moment om te beginnen met curen, de toppen moeten nog een klein beetje vocht bevatten welke tijdens het curen kan ontsnappen. Te droge wiet kun je om deze reden niet curen, er kan immers geen vocht meer uit ontsnappen.

    Door je bijna droge toppen in een luchtdichte pot of bak te stoppen (een weckpot bijvoorbeeld), zullen ze zeer traag nadrogen. Tevens zal het resterende vocht zich gelijkmatig verdelen.

    \"Wiet

    Luchten

    Om ervoor te zorgen dat het curen soepel verloopt dien je de eerste dagen je toppen een minuut of tien te laten luchten. Laat simpelweg je weckpot of normaal luchtdichte bak even open staan. Het is bevorderlijk om dit in een donkere ruimte te doen, aangezien licht werkzame stoffen van wiet afbreekt. Nadat je dit één tot twee weken hebt gedaan is je wiet droog genoeg en kun je je potten rustig langere tijd dichtlaten. Het vocht dat er nog over is, is optimaal verdeeld en er is geen kans meer op schimmel.

    Tijdens het luchten loont het ook om de toppen even te draaien, zo zorg je ervoor dat je niet onverhoopt toch een ophoping van vocht krijgt. Dat zou weer kunnen resulteren in schimmel en dat risico wil je zeker niet lopen in deze fase.

    Hoe lang curen?

    Minimaal is dus aan te raden om je toppen een week of twee te laten curen. Echter zul je zeker verschil merken wanneer je je wiet nog langer laat curen. Laat het maar eens twee maanden staan en proef dan het verschil. Niet alleen de smaken zullen sprekender zijn, maar het effect zal doorgaans ook lekkerder zijn.

    Net als met wijn of whiskey geldt, hoe langer je het laat staan, des te beter het zal gaan smaken, ruiken en werken!

  • Autoflower wietzaadjes, wat zijn dat?

    Wat zijn Autoflower Wietzaadjes? Alles wat je moet weten

    Het ontstaan van autoflower wietzaadjes begint met een kruising met Ruderalis genetica. We kennen Indica en Sativa wietsoorten al langere tijd, Ruderalis is aan een opmars bezig gezien de stijgende populariteit van autoflowers. Dit komt met name door het feit dat ze automatisch gaan bloeien, je hoeft het aantal lichturen hiervoor niet aan te passen.

    Dit komt doordat Ruderalis cannabisplanten van origine in gebieden voorkomen waar de zomers kort zijn, maar de dagen extreem lang (zo’n 22 uur licht per dag). Bovendien zijn autoflowersoorten veelal eenvoudig te kweken en behoeven ze minder aandacht dan fotoperiode wietplanten.

    Autoflower wietzaden kweken

    Het ontkiemen kun je gerust doen op de wijze die je gewend bent, hierin verschillen autoflower wietzaden namelijk niet van andere wietzaden. Enkele kwekers die overstappen naar het kweken van autoflowers ervaart echter moeilijkheden, bijvoorbeeld groeiachterstanden. Enkele tips om elke kweek met autoflowers tot een succes te brengen:

    Een goede start

    Of je nu binnen of buiten gaat kweken, een goede start is altijd essentieel. Een goede beworteling beter gezegd. Wanneer je je kwetsbare autoflowers direct buiten neerzet kan dat vertraging opleveren. En vertraging kun je nu net niet gebruiken bij wietsoorten die naar het einde van hun bloeifase toe springen. Voor een goede start kun je gebruik maken van verlichting met een kleurcode van koelwit tot daglicht. Je autoflowers zullen na ongeveer een maand al gaan bloeien en dan dienen ze er dus ook echt klaar voor te zijn, anders eindig je met wat fluffy topjes.

    Aantal lichturen

    Een fotoperiode wietplant heeft ongeveer 12 uur licht en 12 uur duisternis nodig om tot bloeien over te gaan. Wegens de Ruderalis genetica geldt dit dus niet voor autoflowering wietsoorten. Tijdens een binnenkweek is dan ook aan te raden om je wietplanten van 18 uur licht te voorzien. Autoflowering wietplanten zullen overleven op 12 uur licht, maar lang niet hun maximale potentie bereiken.

    Enige uitzondering is wanneer je buiten, in een warm klimaat, kweekt. De zon is immers vele malen krachtiger dan welke kweeklamp dan ook.

    \"AutoflowerKies de juiste soort

    Hoewel alle autoflower wietsoorten automatisch zullen gaan bloeien, is het goed om je af te vragen welke soort je eigenlijk wilt kweken. Zoals we gewend zijn van Haze soorten, heeft Amnesia Haze Autoflower een iets langere bloeitijd dan Indica-dominante autoflowers, zoals Big Bud Autoflower.

    Hier staat een compleet overzicht van alle beschikbare autoflowering wietzaadjes.

    Geen kweektechnieken toepassen

    Toppen, trimmen, fimmen, scroggen, SoG of joggen, allemaal mooie termen voor kweektechnieken. Kweektechnieken die we vooral afraden tijdens het kweken met autoflower wietzaadjes. Door de explosieve sprint richting de bloeifase en het einde van de bloei ontwikkelen de takken zich te snel, ze blijven niet lang genoeg buigzaam, voor een scrog of jog. Toppen, trimmen en fimmen zijn manieren waar je wietplant stress door oploopt en soms enkele weken van dient te herstellen. Normaliter heeft een autoflowering wietplant die tijd niet en daarom zijn deze manieren ook ten zeerste af te raden. Laat de natuur lekker haar werk doen!

    Opbrengst autoflowering

    Als de omstandigheden optimaal zijn dan is het mogelijk om rond de 100 gram droog te oogsten, per autoflower wietplant. Dit kan echter sterk verschillen aangezien autoflowering wietplanten wel weer gevoelig zijn voor te veel of te weinig water/voeding. Je doet er dus goed aan om te investeren in een voedingslijn, speciaal gericht op autoflowering wietsoorten.

  • Buiten wiet kweken

    Wietplant Buiten Kweken in de Tuin of op Balkon

    Na 15 mei is het weer IJsheiligen geweest en dat betekent dat volgens weerkundigen de kans op nachtvorst zo goed als nihil is. Voor kwekers is dit het sein van het definitieve begin van het voorjaar, want wietplanten presteren niet op het moment dat de nachten kouder zijn dan een graad of 10. Buiten wiet kweken kan dus weer beginnen na deze periode!

    Niet getreurd, je kunt natuurlijk je wietzaden enkele weken tot ongeveer een maand eerder al binnen voor kweken. Nadat je je wietzaden hebt laten ontkiemen, kun je ze op warme, zonnige dagen al wat laten wennen aan de zon. Een (kleine) tuinkas is hiervoor ideaal. Ook kun je ze voor het raam of op het balkon voor laten groeien. Let op: na half april zijn de dagen pas lang genoeg om voor een natuurlijke groeiperiode te zorgen, daarvoor zul je de dagen iets moeten verlengen door het gebruik van een spaarlamp bijvoorbeeld.

    Na het lezen van dit artikel weet je genoeg om zelf buiten wiet te kweken!

    Welke wietzaadjes voor buiten?

    Het is goed om rekening te houden met welke wietzaden je aan de gang gaat tijdens een buitenkweek. Lang niet alle wietsoorten zijn geschikt en sommige wietsoorten zijn vooral bedacht voor de binnen kwekers. In ons ruime aanbod wietzaadjes voor buiten kom je dan ook enkel de beste wietzaadjes voor buiten tegen. Denk hierbij aan klassieke soorten als Gold Widow, Jack Herer Gold, Bubblegum, Super Skunk en nog vele soorten meer.

    Klimaat

    Een andere belangrijke factor voor je wietzaadjes voor buiten is het klimaat waar je je in begeeft. Hoogstwaarschijnlijk zal dit het gematigde Nederlandse of Belgische klimaat zijn. Afhankelijk van het klimaat zijn er namelijk weer variabelen die je in de gaten wilt houden wanneer je je wietzaden uitzoekt. Een pure sativa wietsoort met een bloeitijd van 12-13 weken is wellicht niet de meest handige keuze. Meer naar het zuiden van Europa zou dit natuurlijk juist wel weer een goed idee zijn.

    Bloeitijd

    Korte bloeitijd wietzaadjes zijn vaak uitstekend geschikt voor een kweek buiten. Deze wietsoorten zijn in een week of 7-8, max. 9, klaar voor de oogst. Dit betekent dat je begin oktober ongeveer kunt oogsten. Met een beetje hoop op een mooie nazomer betekent dit dat je weinig tot geen problemen zult ondervinden in de laatste weken van je kweek. Hierdoor behaal je dus een optimaal resultaat, het zou immers zonde zijn als het maanden lang goed gaat en in de laatste week de kwaliteit of opbrengst nog omlaag gaat.

    Resistentie

    Laatste belangrijke punt om rekening mee te houden is in hoeverre je beoogde wietzaden resistent zijn tegen schimmels, ziektes en ongedierte. Buiten wietplanten zijn namelijk aan alles onderhevig en wietplanten die zeer gevoelig zijn voor deze plagen, zullen het meest waarschijnlijk lang niet altijd overleven. Of je bent er een hoop extra werk aan kwijt wat betreft bestrijden of voorkomen van deze narigheden.

    Een wietsoort die echter (zo goed als) resistent is tegen schimmels, ziektes en ongedierte, scheelt je een hoop werk en geeft een grotere kans op een hoge opbrengst wiet van goede kwaliteit.

    Groeifase buitenkweek

    Ondanks dat je tijdens een buitenkweek minder omkijken lijkt te hebben, want de natuur regelt het wel, is het wel verstandig om je ook op dit gebied goed in te lezen en keuzes te maken als het op standplaats, temperatuur en ventilatie aankomt, zo ver als je hier invloed op kunt uitoefenen. De groeifase van wietplanten die buiten groeien is aanzienlijk langer dan bij de meeste binnen kwekers. Al met al zul je, afhankelijk van de soort, een week of 8 tot 12 in de groeifase verkeren. Een zeer mooie periode waarin je wietplanten uitgroeien tot dames die klaar zijn om veel dikke toppen te produceren.

    Maar waar heb je dan allemaal invloed op tijdens het groeien?

    Standplaats

    De eerste keuze is of je in volle grond gaat kweken of dat je voor meer flexibiliteit kiest en in potten gaat kweken. Bij beiden is het van belang een goede standplaats te kiezen. We weten natuurlijk dat cannabis van volle zon houdt, al zijn er ook wietsoorten die goed presteren met iets minder zon. Voor een optimale opbrengst is een standplaats in volle zon aan te raden. Kies altijd voor een medium van aarde of cocos die speciaal geschikt is voor cannabis. ‘Gewone’ potgrond zal eerder kwaad dan goed doen. Onderstaande zaken zijn ook van groot belang tijdens een buitenkweek.

    Temperatuur en ventilatie

    Een standplaats in volle zon is dus aan te raden, maar je dient ook rekening te houden met de temperatuur. Buiten heb je hier natuurlijk niet zo veel invloed op, maar je kunt je best doen door niet voor de warmste plek in de tuin te gaan. Wat je ook kunt doen is een kas opzetten in de tuin, waardoor je meer kunt spelen met temperatuur en ventilatie. Simpelweg door de ramen of deuren van je kas te openen creëer je een actieve luchtstroom die je wietplanten wat verkoeling zal geven.

    Ventilatie is altijd van belang, de temperatuur hoef je je alleen druk om te maken wanneer het meerdere dagen achter elkaar warmer is dan zo’n 32 graden. Dat is het moment dat je wietplanten last kunnen krijgen van hittestress. Wanneer je zorgt voor goede ventilatie rondom, tussen en boven je wietplanten langs (lees: wind), dan hoef je je minder druk te maken om de hitte.

    Bloeifase buitenkweek

    Op het moment dat je een groeifase van enkele maanden achter de rug hebt, zul je al wietplanten van een redelijk formaat hebben staan. Klaar om dikke toppen te produceren, zullen je wietplanten overschakelen naar een natuurlijke bloeifase wanneer ze minder dan 14 uur licht krijgen. Om minder last te hebben van de (vaak) onstuimige nazomer kun je ervoor kiezen om je wietplanten al gedurende de zomer, beginnend in juli, te verduisteren. Doe je dit niet dan zal de natuurlijke bloeifase eind augustus van start gaat. Begin september zul je dan de eerste bloeiharen zien verschijnen (of zaadballetjes in het geval van een mannelijke wietplant).

    De laatste weken

    Tegen eind september, uiterlijk begin oktober, maken je wietplanten zich op voor de laatste bloeiweken. Oktober is een risicovolle maand, want het wordt weer kouder en natter, waardoor ook de kans op toprot weer stijgt. Wees hierop bedacht en controleer zeker dagelijks je wietplanten op toprot. Je kunt er preventief natuurlijk voor zorgen dat je wietplanten bedekt staan, onder een afdakje bijvoorbeeld, om zo in ieder geval te voorkomen dat ze nat worden van de regen.

    Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen, oogst dan ook direct als je het vermoeden hebt dat je wietplanten last van toprot krijgen. Liever een iets lagere opbrengst en minder potente wiet, dan dat je de gehele oogst weg kunt gooien als gevolg van toprot.

    Autoflower wietzaden

    Wil je voor een iets gemakkelijkere buitenkweek gaan? Kies dan gerust voor autoflower wietzaadjes. Deze wietzaden bloeien automatisch en hebben vaak minder eisen, onder andere wat betreft voeding, water en temperatuur. Hierdoor kweek je dus met meer gemak, maar ze beginnen ook nog eens automatisch met bloeien, waardoor je meerdere kweken per seizoen zou kunnen draaien.

  • Binnen wiet kweken

    Succesvol Binnen Wiet Kweken? Stap-voor-stap Uitleg

    In ons matige klimaat kun je, met geluk, slechts één goede buitenkweek per jaar draaien. Voor de liefhebbers die de maximale potentie van hun wietzaadjes willen benutten, bestaat er daarnaast de mogelijkheid om binnen wiet te kweken. Dit heeft iets meer voeten in de aarde, aangezien je niet langer overgeleverd bent aan Moeder Natuur. Wanneer je binnen kweekt zul je zelf de juiste omstandigheden moeten creëren voor je wietplanten.

    Hier lees je alles over de essentie van een succesvolle binnenkweek!

    Kweeklocatie

    Voor je begint met binnen wiet kweken is het belangrijk om de juiste locatie voor je kweekruimte te bepalen. Zo kun je simpelweg een lamp ophangen en wat planten neerzetten en hopen op het beste, maar het is natuurlijk beter om er even bij stil te staan. Tenzij je handig bent met zelf een ruimte bouwen is het aan te raden om voor een kweektent te kiezen. Deze zijn veelal voorzien van een reflecterende binnenkant en zelfs kant-en-klaar te verkrijgen. Voor je een kweektent of ruimte gaat aanschaffen/aanleggen is het natuurlijk goed om rekening te houden met de ruimte en de locatie.

    Kweken op zolder

    Vaak wordt een kweektent op zolder neergezet, wat in de regel een goede plek is om wiet te kweken. Voordeel is dat het met ventilatie op zolder vaak wel goed zit en je in de zomer kunt profiteren van de warmte die op zolder blijft hangen. Het is dan wel slim om je verlichting vooral ’s nachts te laten branden, door de temperatuur overdag zorg je dan dat het overdag slechts een graad of 5 kouder is dan wanneer de verlichting aanstaat.

    Een nadeel kan ontstaan wanneer er een CV-ketel dichtbij je kweekruimte hangt. Dit zou tot vergiftiging van je wietplanten kunnen zorgen, waardoor enige voorzichtigheid geboden is. Probeer, als de CV-ketel inderdaad op zolder hangt, je kweektent er niet pal naast te zetten.

    Kelderkweek

    Een kweeklocatie waar je eigenlijk alleen maar voordelen zult ervaren is de kelder. Kelders blijven vaak ook in de zomer lekker koel en zijn daarom bij uitstek geschikt voor een goede kweek. Tijdens het kweken in een kelder is het wel aan te raden om de luchtvochtigheid in de gaten te houden. (Oude) kelders kunnen namelijk nog wel eens niet al te best geïsoleerd zijn, waardoor vochtproblemen kunnen optreden als je hier niet op let.

    Groeiperiode

    Na het ontkiemen is het tijd om je op te maken voor de imposante groeiperiode van jouw wietplanten. Voor je begint aan de groeiperiode moet je je een aantal dingen afvragen, namelijk:

    Hoe lang wil je voorgroeien?

    Mooi aan een binnenkweek is dat je bij ‘normale’ wietzaadjes de keuze hebt hoe lang je ze wilt laten groeien. Wil je slechts een paar wietplanten kweken en deze ruim de tijd geven om voor te groeien, zodat je indrukwekkende wietplanten kweekt met een hoge opbrengst? Of kies je toch liever voor wat meer wietplanten per vierkante meter, een kortere groeiperiode en dus ook een hoge opbrengst, maar dan verdeeld over meer wietplanten?

    Een gemiddelde groeifase bij een binnenkweek duurt zo’n twee weken, waarna wietplanten in de bloei worden gezet. Let wel op dat bij aanvang van de groeiperiode een wietplant nog enorm kan strekken, een te lange groeifase kan er dus voor zorgen dat je wietplanten te groot dreigen te worden.

    De grootte van je wietplanten is ook afhankelijk van hoe groot je potten zijn. In grotere potten kan een grotere wortelkluit ontstaan en kan een wietplant langer en effectiever doorgroeien. Kies je voor een gemiddelde maat van 30 cm x 30 cm, dan zit je met twee weken voorgroeien zeker goed.

    \"Binnen

    Hier lees je meer nuttige informatie over de groeiperiode

    Bloeifase

    Na het groeien is het tijd voor bloeien en wanneer de eerste bloeiharen zich laten zien weet je dat het weer smullen wordt! De bloeifase gaat binnen van start wanneer je wietplanten 12 uur in het licht, en 12 uur in het donker, staan. Na deze omschakeling kan het nog zo’n 1 tot 2 weken duren voor je de bloeiverschijnselen zult zien. Dit is overigens ook het moment om op te letten of het een mannelijke of vrouwelijke wietplant betreft.

    Tijdens de bloeifase is het van essentieel belang dat je wietplanten de juiste voeding krijgen. Hierdoor kun je een hoop stimuleren en alles uit je wietplanten halen dat er inzit. Waar je buiten in volle grond een iets grotere buffer hebt, dien je tijdens een binnenkweek iets beter op te letten wat betreft het geven van voeding. Liever iets te weinig dan iets te veel, dat kan namelijk fataal zijn voor je wietplanten.

    \"Binnen

    Verlichting binnenkweek

    Buiten heb je de zon, binnen zul je het zelf moeten regelen. Veelgebruikte verlichting is HPS (High Pressure Sodium) verlichting. Maar tegenwoordig kun je ook steeds beter uit de voeten met speciaal ontworpen LED verlichting voor in je kweekruimte. LED heeft als grote voordeel dat de lichtopbrengst en het kleurbereik veelal beter is vergeleken met HPS. Daar staat tegenover dat HPS verlichting meer stralingswarmte uitstraalt, wat weer zorgt voor betere verdamping en opname van water en voedingsstoffen.

    Alles over verlichting

    Ventilatie en afzuiging

    Om te voorkomen dat het hele huis, of nog erger, de hele straat, straks naar wiet ruikt, is het goed om te investeren in een goede afzuiger met koolstoffilter. Hierdoor worden de fijne luchtjes van onze geliefde cannabis plant gefilterd en hierdoor ruik je er buiten je kweektent niets van. Een afzuiger brengt ook actieve luchtstroom op gang, wat weer voordelig is voor je wietplanten.

    Ventilatie is nodig om te zorgen dat je wietplanten altijd over verse lucht beschikken. Daarnaast zuigt je afzuiger natuurlijk lucht weg uit je kweekruimte, waardoor aanvulling noodzakelijk is. Een slechte ventilatie kan ervoor zorgen dat alle frisse lucht op raakt en je wietplanten achter zullen raken in de groei of bloei.

    Lees meer over ventilatie en afzuiging

    Temperatuur

    Waar je buiten slechts lichte invloed hebt op de temperatuur, door je wietplanten in een kas te plaatsen of op een beschutte, zonnige plek bijvoorbeeld, is dit ook iets om binnen geheel zelf te regelen. Kweek je met HPS verlichting dan zal het wel goed zitten met de warmte en moet je eerder nadenken over koeling of, zoals hierboven beschreven, ventilatie c.q. afzuiging. Een optimale temperatuur voor wiet tijdens de groei is rond de 25 graden, tijdens de bloei mag het een paar graden kouder zijn.

    Zorg er te allen tijde voor dat je niet over de 30 graden heengaat, aangezien dit averechts kan werken voor de ontwikkeling van je wietplanten.

    Lees alles over de juiste temperatuur

  • Voeding voor wietplanten

    Zeer belangrijk tijdens het kweken van wietplanten is dat je de juiste voeding toedient. Een veelgemaakte beginnersfout is te veel of te weinig voeding geven, al is het laatste minder schadelijk voor je wietplanten. Wanneer je wietplanten een overschot aan voedingsstoffen binnenkrijgen dan kan dit tot de dood van je geliefde wietplanten leiden.

    Inmiddels zijn er van heel wat leveranciers complete voedingslijnen te verkrijgen. Hier zit dan vaak een compleet pakket aan voeding in voor de gehele kweek, denk aan wortelstimulator en voeding voor de groeifase. Evenals voeding voor tijdens de (late) bloeifase.

    Belangrijke voedingsstoffen cannabis

    Om goed te begrijpen waar je mee bezig bent is het belangrijk om bekend te zijn met de belangrijkste meststoffen, stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Gaandeweg de groei en bloei veranderen de behoeftes van je wietplanten, maar per wietsoort en zelfs per wietplant kan dit nog wel eens verschillen. Naast de juiste verhoudingen is het dus ook zeer belangrijk om te kunnen zien of je wietplanten te veel of te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt. Je wietplanten zullen dit snel genoeg via de bladeren laten zien, maar het meten van de EC-waarde is nog betrouwbaarder.

    \"Voeding

    Voeding voor wietplanten in de groeifase

    In de groeifase heeft je wietplant behoefte aan meer stikstof dan fosfor en kalium. Een gezonde verhouding is 3:1:1, maar kwekers op aarde hebben hier veelal geen omkijken naar. Aarde voor wietplanten bevat vaak voeding voor de eerste 3 tot 4 weken, waardoor je puur op de verhouding van voedingsstoffen in de aarde hoeft te letten.

    Voeding voor wietplanten in de bloeifase

    Ook wanneer de bloeifase is aangebroken heeft je wietplant nog behoefte aan stikstof, maar meer aan fosfor en kalium. Dit is geleidelijk proces, door iets minder stikstof te geven en meer fosfor en kalium komt je wietplant aan haar benodigde voedingsstoffen. Wanneer je bloeivoeding gebruikt kun je er vanuit gaan dat de verhouding ongeveer 1:3:2 is. Tijdens het afbloeien is stikstof overbodig en zal de verhouding naar 0:3:3 gaan. Dit is dan vaak in de vorm van een top-booster c.q. afbloei voeding.

    \"Voeding

    Biologische- of minerale voeding?

    Uiteraard is het maar net waar je voorkeur naar uitgaat, beiden soorten voeding hebben hun voor- en nadelen. Zo kan er bij minerale voeding meer gebruik worden gemaakt van chemische stoffen, in tegendeel tot biologische voeding. Een groot voordeel van minerale voeding is echter dat dit direct wordt opgenomen en je wietplanten hier gelijk op reageren. Wanneer je biologisch kweekt kan dit enkele dagen duren, waardoor je, als je niet goed oplet, vrij eenvoudig te veel voeding geeft, voordat de wietplant alle voeding verwerkt. Hierdoor zal de opname juist verstikken en de groei/bloei vertragen.

    Kan het ook zonder voeding?

    Wietplanten kun je ook kweken zonder dat je ze enige voeding geeft, maar ze zullen wel een stuk ongezonder ogen. Bladeren die sneller vergelen of wat slap gaan hangen, waardoor de groei vertraagd wordt en je niet het maximale uit je wietplanten kunt halen. Het is daarom altijd aan te raden om te kiezen voor de juiste voeding, zodat je wietplanten optimaal kunnen groeien en bloeien.

    Voedings tekort of overschot herkennen

    Als je niet beschikt over een EC-meter en toch wilt weten of je juist wel of geen voeding moet geven, is het van essentieel belang dat je dit aan je wietplanten af kunt lezen. Zo lang de bladeren van je wietplanten (donker)groen en stevig zijn, dan hebben ze genoeg voedingsstoffen tot hun beschikking. De eerste symptomen van te weinig voeding zijn geel wordend blad, dat uiteindelijk zal afsterven.

    Wanneer je te veel voeding hebt gegeven zal je gele ‘verbrande’ bladpunten zien die omhoog krullen. Opvallend is dan dat de rest van het blad er nog wel goed uitziet. Op het moment dat het probleem niet bij de kern wordt aangepakt zal het snel verslechteren en zullen de bladeren snel afsterven. Als gevolg hiervan zullen voedingsstoffen niet verwerkt kunnen worden en in het ergste geval zal je wietplant overlijden.

    Wat te doen bij een tekort of overschot?

    Het is altijd goed om in eerste instantie terug naar de basis te gaan. Geef water met een pH-waarde van 6,5 en kijk bij een tekort waar het vandaan komt. Het is aan te raden om met een volledige voedingslijn van hetzelfde merk te werken, omdat je zo zeker weet dat bijna alle essentiële voedingsstoffen in de voeding zit.